Irre God joi das mien vaer

Ver voor de grote supermarkten hun intrede deden, togen mijn ouders, in de herfst, met hun oude Fordje vol geladen met mudzakken aardappelen, richting de Zaanstreek en dorpen in de omgeving van Alkmaar. Het was de tijd dat veel mensen een voorraadje in hun kelder hadden liggen, zodat er genoeg was om de winter door te komen en te wachten tot de nieuwe oogst.

De computer voor individuele users stond nog in de kinderschoenen. Internet bestond nog niet en van TomTom had niemand ooit gehoord. We moesten onze weg zien te vinden met behulp van een wegenkaart en onze Hollandse mond.

Een van de nieuwe klanten, een vrolijke vent uit Egmond aan Zee, legde lang en omstandig uit hoe we moesten rijden, maar in het dorpje aangekomen konden we niet wijs worden uit de hoeveelheid van aanwijzingen.  Om zich heen kijkend zag mijn vader een groepje voetballende jongens en besloot “in het kader van, wie niet waagt wie niet wint” te vragen hoe we moesten rijden.  ” Hallo jongens kunnen jullie mij vertellen waar Arie Zwart woont?” vroeg hij aan het naderende groepje.  Een voor een schudden de jongens ontkennend het hoofd ” Nooit van gehoord” mompelde de brutaalste van het stel.  ” Weten jullie dan misschien wel waar Arie van de Reignek woont? ” probeerde mijn vader nog een keer.  “Irre God joi das mien vaer” riep een van de jongens uit. Arie was toen snel gevonden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *