Mikkel in Kerstnacht

Jaren geleden hadden we een kleine smoushond. Een dondersteen van het zuiverste water, maar oh zo slim. Hij kon geen water zien of hij moest erin, het maakt niet uit of het een vijver, proelsloot, meer of de zee was. Water was water. Hij heeft ons een hoop plezier, maar ook fronsende wenkbrauwen bezorgd. Hij stond model voor het hondje in het volgende verhaal.

Fronsend kijkt Jelle van de steeds grauwer wordende lucht naar Marieke. “Weet je het wel zeker” ? vraagt hij nog eens ten overvloede. “Ga nu maar, ik weet toch hoe belangrijk het voor je is dat je die klus voor Kerst af krijgt, ik red me wel, echt” zegt Marieke vol overtuiging en lacht. “Bovendien heb ik Mikkel om me gezelschap te houden, nietwaar Mikkel?” en ze kriebelt de kleine hond achter zijn oren. Met tegenzin pakt Jelle zijn jas van de kapstok en trekt hem aan. “Weet je het zeker” begint hij nogmaals aarzelend, maar Marieke duwt hem resoluut de deur uit en sluit deze met een ferme klap. “Het wordt misschien wel heel slecht weer, wil je niet mee, dan zet ik je af bij Bartien en haal je weer op, als ik klaar ben” roept Jelle van achter de deur. “Wel nee, je bent met een paar uurtjes weer thuis” roept Marieke terug ” ga nu maar gauw, dan ga ik lekker bij de open haard het truitje voor Ukkepuk afmaken. Glimlachend legt ze een paar kussens op de bank, pookt het vuurtje in de open haard nog wat op en rolt zich in een warme deken. Haar vrouwending noemt Jelle dat altijd, maar dat kan Marieke niet deren, lekker warm is lekker warm. Na een poosje hoort Marieke het geloei van de wind boven het vrolijk geknetter van het haardvuur uit en beseft ze dat de stevige bries van eerder die middag is aangetrokken tot een heuse storm. Ze trekt de warme deken nog wat vaster om zich heen en begint langzaam weg te doezelen, totdat ze opschrikt door een denderend lawaai. Ze spitst haar oren om te luisteren en hoort het geloei van hun koeien boven het bulderen van de wind uit. Moeizaam duwt ze zich van de bank omhoog en besluit een kijkje te nemen. “Kom Mikkel” roept ze naar de kleine hond “dan gaan we even kijken of alles goed is bij Mina en Saartje”.

Kwispelstaartend staat de kleine hond op, rekt zich uit en loopt naar Marieke, die haar dikke winterjas aantrekt. Behoedzaam opent ze de deur maar kan niet voorkomen, dat deze door een harde windvlaag, bijna uit haar handen gerukt wordt. Verschrikt stapt Marieke achteruit en een wolk sneeuw wordt ver de gang ingeblazen. Moeizaam hijst ze de kleine hond van de grond en tornt tegen de storm in, richting schuur. De ijskoude wind snijd in haar gezicht, rukt aan haar haren en binnen enkele stappen zakt ze tot over haar kuiten in de sneeuw. Ze kijkt om zich heen, onthutst over de hoeveelheid die er in de afgelopen uren is gevallen. Ze ploetert de laatste meters naar de schuur, zwaait de deur open en stapt de bescherming van de muren binnen. Mikkel wurmt zich uit haar armen, springt op de grond en schut zijn vacht uit. Druppels vliegen in het rond en spetteren alles nat, dan rent hij vrolijk naar Mina en Saartje, die ongedurig op stal met hun staart staan te zwiepen. “Stop Mikkel” beveelt Marieke “de dames zijn al onrustig genoeg”. Snel kijkt zij in het rond of ze iets kan ontdekken wat de onrust veroorzaakt en komt tot de conclusie dat de hevige sneeuwstorm de aanleiding moet zijn. Gelukkig komt Jelle snel thuis denkt ze, tenminste als hij niet vastloopt in een hoog opgewaaide sneeuwbank. “Vooruit Mikkel we gaan weer naar binnen, Mina en Saar redden zich wel” zegt Marieke en bukt zich nogmaals met moeite voorover om de kleine hond op te pakken.

Plotseling snijdt een heftige pijn door haar lichaam en een luid gekreun ontsnapt aan haar lippen. ” Nu niet, niet hier” fluistert ze voor zich heen, terwijl het zweet haar uitbreekt. ” Kom op Marieke, diep ademhalen, rechtop gaan staan en dan naar huis” spreekt ze zichzelf moed ik. Een tweede wee, nog krachtiger dan de eerste houdt haar op de plaats. Ze grijpt zich vast aan een balk van de oude koeienstal. De weeën volgen elkaar in een snel tempo op, als een storm die door haar lichaam raast. Ze beseft dat ze het huis nooit zal halen door de hoge sneeuw. Radeloos kijkt Marieke om zich heen, en sleept zich naar een box in de hoek, waar los hooi in ligt. Hijgend zakt ze op haar knieen, haar haar hangt in vochtige slierten om haar hoofd. Opnieuw maakt een ondraaglijke pijn zich van haar lichaam meester. “Mikkel” schreeuwt ze in paniek, terwijl de afschuwlijke scherpe steek door haar lichaam trekt. Het geloei van de koeien verstomd en maakt plaats voor een oorverdovende stilte, alleen verbroken door het kreunen van Marieke. De kleine hond staat roerloos naast haar. Minuten rijgen zich aaneen en lijken uren te duren. Ergens in haar, door pijn beneveld brein, dringt het tot Marieke door dat de geboorte van Ukkepuk aanstaande is. Ze voelt dat er iets knapt in haar buik, bijna tegelijkertijd glibbert er iets langs haar been. Als in een roes pakt Marieke het kindje op en veegt het gezichtje schoon. “Mikkel, doek” fluistert ze schor. De kleine hond rent naar het andere eind van de schuur waar zich een open kast met oude handdoeken bevind. Pakt er een en brengt die naar Marieke. “Meer Mikkel, meer doeken” zegt Marieke, nu met iets krachtiger stem. De hond gehoorzaamt onmiddellijk en rent onvermoeibaar op en neer en brengt steeds meer doeken naar zijn bazinnetje. “Mondje schoonmaken, droog wrijven, warm houden, laten huilen, waarom huilt hij niet” de gedachten in haar hoofd tuimelen door elkaar. Dan klinkt er een zwak baby gehuil. Marieke wikkelt het kleine jongetje in droge doeken, houdt het stevig tegen zich aan en trekt haar jas dichter om hen heen. Mikkel drentelt wat heen en weer, draait een rondje en ploft dan vlak naast Marieke neer, wriemelt wat met zijn hondenlijfje heen en weer en nestelt zich dan dicht tegen het kindje aan.

Marieke, Marieke roept een stem. Mikkel spitst zijn oren, staat op en rent naar de deur. Fel blaffend springt hij omhoog. De deur zwaait open en daar staat Jelle. In één oogopslag neemt hij het hele tafereel in zich op en staat met een paar grote stappen naast Marieke. “Meisje toch” mompelt hij terwijl hij naast haar neer knielt en over haar haren strijkt, en even, heel even maar, zijn kleine zoontje streelt. “Nu eerst 112 bellen en jullie hier weg halen” besluit Jelle daadkrachtig. Marieke’s ogen stralen met een mengeling van trots en opluchting. ” Ik was zo ongerust, ik heb gebeld en gebeld, ik kreeg je maar niet te pakken, ik ben achter de sneeuwschuiver aan naar huis gereden” vertelt Jelle terwijl ze op de ambulance wachten. Dan horen ze het indringend geluid van een sirene en raakt alles in een stroomversnelling. “Nee Mikkel jij blijft hier” zegt Jelle streng, als de kleine hond in de ambulance wil springen. “Je kan niet mee lieverd” zegt Marieke “maar je bent mijn bikkel, ik had het niet zonder jou gekund” “Weet je Jelle” vervolgt ze “2000 jaar geleden werd er een kindje geboren in een stal. Er waren een os en een ezel, maar ik weet zeker dat er ergens een hondje was, een klein hondje, genaamd Mikkel. Langzaam vallen haar ogen dicht op het zingende geluid van de sirene.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *