Sinterklaas Avond

Wij vierden bij ons thuis allang geen Sinterklaas meer,  maar een gezellig avondje met wat Sinterklaas snoepgoed, een spelletje en een leuke film, dat gebeurde meestal nog wel.  Een van de eerste jaren dat de zonen, met hun vrouwen op zichzelf woonden en jongste dochter het feest bij aanstaande schoonouders ging vieren, zou dan ook, naar wij vreesden,  een saaie bedoening worden.  Dat konden we toch niet zomaar laten gebeuren, dus viste ik met oudste dochter twee jutte zakken van zolder, togen we naar de dichtsbijzijnde supermarkt en kochten er van ieder soort Sint snoep een paar.  Met een tas gevuld met speculaas- en taaipoppen, chocoladeletters, zakken kruidnootjes, banketstaaf,  suikerbeestjes en borstplaat liepen wij huiswaarts, verdeelden de buit eerlijk over de twee zakken en schreven het volgende gedicht.


“Ik ben bedroeft” zei Sint tot Piet.
“Die mensen hier, geloven niet”
“Hoe weet ik nu, wat hun te geven”
“Ze hebben ook geen lijst geschreven”
“Ach Sint” zei Piet “het valt niet mee”
“Nog even en wij zitten in de WW”
“Wie zit nu te wachten op een oude man,
en een Piet die ook niks kan”
“En nu uw paard is uitgegleden
hebben mensen nog een reden,
om ons naar Spanje terug te sturen”
“Ach het zal niet lang meer duren,
of men zegt heel ontevree,
gaan jullie maar in de AOW”
Sint zat stil in een hoek te treuren.
Piet dacht, dat mag niet gebeuren.
Hij heeft toen snel zijn denkmuts opgezet,
en riep plotseling “weg met de kerstman en zijn kerstpakket”
Kom op Sint, we moeten aan de slag
Want het is nog maar heel kort dag
We verslaan die dikke met gemak
Met onze december overlevingszak.

Stilletjes rijden we die avond richting jongste zoon, parkeren de auto langs de lange zijmuur van zijn huis en drukken zachtjes de portieren dicht. Oudste dochter sluipt met de zak richting deur, zet hem op de grond en drukt op de bel, alvorens met een spurt achter het muurtje te duiken. Ademloos wachten we een paar minuutjes af, maar er gebeurt niets. Even overleggen we fluisterend met elkaar wat we gaan doen, maar de zak zomaar onbeheerd laten staan is geen optie. Dus beweegt oudste zich weer geruisloos richting deur, gluurt voor alle zekerheid om het hoekje van het muurtje heen, niemand te zien. Dan drukt ze andermaal op de bel. Een schel doordringend geluid klinkt door het huis. Dochter kan nog net wegkomen voor de deur open gaat. Giechelend zitten we achter het muurtje tot er ineens een stem over het tuinhek aan de achterkant klinkt “Ja kom nou maar ik heb jullie al gezien” roept jongste zoon. Terwijl wij binnen komen gluren zoon en schoondochter even in de zak en roepen uit dat dat veel te veel is, of wij het erg vinden als ze even bij een vriend langs gaan die deze avond ook alleen is. Natuurlijk vinden wij dat niet erg.  Dochter besluit mee te gaan.

Daar herhaalt zich het spelletje van eerder op de avond. Natuurlijk moeten de jonge lui , in de bosjes aan de overkant van de weg,  zo hard lachen dat ze al snel ontdekt en binnen genodigd worden.

Het werd die avond gezellig tot in de kleine uurtjes vertelde dochter de volgende morgen…..:-)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *